Column Marco Visser november 2019

 

Een bron

Een wonderlijke, enigszins vergeten episode in het eerste Bijbelboek. Het verhaal gaat dat er hongersnood is in het land. Het beloofde land is kennelijk geen idylle, maar is als het leven zelf: dor en droog bij tijd en wijle. Aartsvader Isaak reist rond met zijn mensen, maar er is geen water te vinden. Of liever gezegd, ze kunnen er niet bij. Er waren waterputten, gegraven door vader Abraham, maar die zijn volgegooid met gruis, zo wordt het verteld. Ontoegankelijk.

En dan onze tijd, onze samenleving. Wij hebben geen last van honger, we hebben alles. Om niet te zeggen, we hebben veel teveel van alles, de schappen puilen uit. Maar zijn wij daarmee eigenlijk wel zo gezegend? Mensen hebben alles, maar ervaren toch tekort. De een na de ander raakt opgebrand. Als mensen iets tekort komen, dan is het maar al te vaak: kracht, energie, inspiratie. Droogte. En de bronnen zitten verstopt: wat een sterke beeldspraak eigenlijk.

Als mensen vastlopen, dan heeft dat natuurlijk allerlei verschillende oorzaken. Je kunt er niet gemakkelijk over praten, en al helemaal geen oordeel over vellen. Maar zou dit misschien ook een aspect kunnen zijn: dat mensen hun bron kwijt zijn. Dat mensen op de een of andere manier geen toegang meer vinden tot wat het leven diepgang en zin geeft. We rennen maar door, geregeerd door de agenda. Ik herken het zelf ook: er is zo veel en je wilt alles. Voor je het weet, ren je aan je bron voorbij. En wat is dat dan nu eigenlijk? Waar is de put waar ik echte inspiratie uit kan opdiepen, waar leef ik van? Die vragen – daar is geen enkelvoudig, eenduidig antwoord op. Ieder moet z’n eigen schep in de grond steken.

Zoals Isaak, die de putten weer uit graaft. Dat zouden meer mensen moeten doen. Hoe? Een kruis in je agenda, een lange wandeling, een goed boek. Verbinding maken met een ander (een keer die vriend bellen die je al zo lang niet gesproken hebt). Noem maar op. Ik moet toch ook even – beroepsdeformatie – aan de kerk denken, dat moment op zondagochtend bijvoorbeeld. Ouderwets natuurlijk, uit de tijd. Zal best kloppen: wie gaat er nog z’n huis uit om een oud verhaal te horen, en dan ook nog samen met mensen die je anders nooit gekozen had om je zondagochtend mee door te brengen? Maar het zou wel eens precies zo’n schep-in-de-grond-moment kunnen zijn: zoeken en graven, tot het gaat stromen. Waardevol toch eigenlijk, dat er, midden in die doordraaiende, dolgedraaide wereld van ons, een plek is waar mensen samenkomen rond een verhaal dat al eeuwen lang meegaat en dat iedere keer weer oplicht als nieuw. Een verhaal waarin je ontdekt wat ook al weer echt menszijn is.

Isaak graaft en zoekt en vindt. Het is nog een heel gedoe! Genesis 26, lees maar na. Maar dan. De put die hij uiteindelijk vindt, hij noemt die: Rehobot. Dat betekent Ruimte.

Marco Visser