Column Marco Visser december 2020

 Klein

Het is een kleine Kerst dit jaar. Sommigen zeggen: sober. Anderen zeggen: somber. In ieder geval, hoe wij het dit jaar moeten vieren: het past niet bij hoe wij – velen althans – Kerst beleven. Kerst is: op een plein staan kerstliederen zingen. Met veel tegelijk naar de kerk, of met veel tegelijk winkelen. Of met de hele familie eten, samen aan tafel. Dat dat nu niet kan, voelt als gemis.

Gek genoeg past het eigenlijk heel goed bij het verhaal van Kerst. Dat speelt zich namelijk juist in de marge af. Het gaat over twee mensen – en even later is er nog een kleintje bij – voor wie geen plaats is. Zij zijn niet waar de massa is. Zij zijn terzijde van alles. Zij zijn… nu ja, het verhaal vertelt eigenlijk niet precies waar ze zijn: in een schuur of in een stal. Onder een afdakje, of gewoon buiten. Ergens waar toevallig een voederbak staat. Het is maar een heel klein, en daarmee ook een heel kwetsbaar verhaal. Maar zou het kunnen dat wij dit vergeten zijn? Misschien zijn wij in de loop van de tijd het besef wel wat kwijtgeraakt, dat Kerst het feest van de kleinheid is.

Lukas, de verteller, zet dit heel sterk neer. De eerste zinnen gaan over de keizer. En over een wereldwijd decreet: En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van de keizer Augustus, dat heel de wereld zich moest laten inschrijven… Onze ogen worden door de verteller gericht op de wereld van de groten en de sterken. De machtigste man van de wereld: Trump, Biden, Poetin, hoe heten ze allemaal. De wereld van geweld en angst. Van pandemie en van de wedstrijd wie het eerst of het meest een vaccin heeft. Die wereld.

Maar dan wordt er ineens ingezoomd op die twee. Die twee mensjes onderweg. Die op dat grote wereldtoneel natuurlijk niets voorstellen. En er wordt een kindje geboren: En het geschiedde dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou. Wat is er kleiner-brozer dan dat? Maar, zegt het verhaal: dit heel kleine, dit is hét. De grote omkering van de dingen. Dit is licht voor iedereen. En alle macht en alle grootspraak valt hierbij in het niet. Kerst is het feest van de kleinheid, het feest van de kwetsbaarheid. Feest van outsiders en kinderen. Misschien is Kerst 2020 wel een moment om dat weer wat te herontdekken.

Ik wil het niet romantiseren. Dat mensen elkaar moeten missen, dat is alleen maar naar. Kerstdiners via computerschermen, dat is natuurlijk een toestand. Maar misschien kunnen we ook zeggen: mag dat kleine toch een keer genoeg zijn? Misschien is het -es een keer niet groot en fel en luid. Misschien hóeven wij wel niet alles uit de kast te halen om de Kerst te redden. Dat was een zin die de afgelopen weken veel te horen was: wat kunnen wij doen om toch nog wat van de Kerst te maken! Maar, wij hoeven de Kerst niet te redden. Kerst redt ons.

Door te zeggen: wie klein is, wordt gezien. Wie zich kwetsbaar voelt, die kan hier terecht. Wat nauwelijks wat voorstelt, dat zal ons redden. Kindje: geboren, buiten, waar niet de massa’s zijn, maar waar het stil is. Waar het licht het meest nodig is. Daar ligt het, in doeken gewikkeld, in een kribbe.

Marco Visser