Column Dini Stavenga – van der Waals

 

Cathelijne van den Bulcke

Op 20 januari werd er niet alleen een nieuwe president in de VS geïnaugureerd; er vond ook een opmerkelijke gebeurtenis plaats in de Belgische stad Lier. Ik ving het op via de radio en het trof me. Het ging om eerherstel voor de in 1590 op precies deze datum als heks verbrande Cathelijne van den Bulcke. Beschuldigd van brandstichting, het ziek maken van paarden en seks met de duivel werd ze, 47 jaar oud, tot heks verklaard, op een ladder gebonden en zo op de brandstapel gegooid.

Een plaatselijk actiecomité, zei de woordvoerder voor de microfoon, maakt zich nu sterk voor eerherstel. En dat niet alleen om namens het stadsbestuur en de hele stad alsnog excuses aan te bieden voor de gruwelijke misdaad aan haar begaan, maar ook, zo benadrukte hij, omdat Cathelijne sindsdien naamloos was gebleven. Wel had er sinds mensenheugenis op de grote markt een kleine ‘heksensteen’ gelegen met de woorden: ‘Hier werd in 1590 de laatste heks verbrand’ maar daarmee werd ze in feite opnieuw geframed als ‘heks’ en ontmenselijkt. Er moest nu maar eens een grotere en echte gedenksteen komen met haar náám erop.

‘Vindt u niet, dat we ons vandaag de dag wel voor belangrijker zaken kunnen inspannen dan voor iets wat vierhonderdéénendertig jaar geleden gebeurde’, vroeg de interviewer, ‘is dit geen verspilde energie?!’ ‘Absoluut niet’, repliceerde de Lierenaar, ‘dit is voor ons heel wezenlijk. De naam van deze vrouw, Cathelijne, moet overeind blijven in onze memorie. Elke naam telt, omdat ieder mens telt.’ En hij – wethouder Verwaest bleek hij te zijn en hij vertelde te moeten oproeien tegen het Vlaams Belang, dat de actie nogal overdreven en modieus vond –, hij voegde eraan toe: ‘Cathelijne is vermoord en bovendien verder doodgezwegen. Dit eerherstel is wat ons betreft een waarschuwing, dat overheden zich niet moeten laten leiden door angsten, roddels en vooroordelen.’ Hoe actueel kan het wezen!

Het ontroerde me die Belg zo te horen spreken, zo Bijbels, zo troostend en zo opbeurend. We worden immers bij onze naam geroepen, in onze naam ontmoet en liefgehad en door onze naam herinnerd, ook als we er niet meer zijn. Ik dacht aan het Holocaust Namenmonument in Amsterdam en aan het gebed van Ad den Besten, dat me zo lief is: ‘Gij hebt, o God, dit broze bestaan gewild, hebt boven ‘t nameloze mij uitgetild…’

Je hoeft waarachtig geen ‘heks’ te zijn uit lang vervlogen tijden om je door zo’n ‘kleine’ actie als die in Lier als mens opgetild en gekend te weten.

Dini Stavenga – van der Waals

Was jeugdvicaris te Utrecht, studentenpredikant te Groningen, dorpsdominee in Engwierum, missionair toeruster in Friesland en is nu alweer jaren met pensioen.