Column Werner Pieterse

 

Absalom

Absalom is een snelle jongen. Een eigen wagen, vijftig paarden en een eigen escorte. ‘Van voetzool tot kruin is er niets dat hem ontsiert…’ En dan zijn haardos! Naast deze jongen verbleken de manne van de macht tot een kliek trage, treurige aristocraten, gevangen in hun ontoegankelijk paleis. Denk je echt dat zíj nog naar je luisteren – wie vindt nog gehoor bij de elite van de stad? Kies mij, ik geef iedereen gelijk, kom in mijn armen, ik zal je kussen. Vier jaar lang ben ik het met jou eens en geef jou alles wat je wilt. Devoot zal ik me voor God buigen als ik eenmaal koning ben!

Er zijn van die dagen dat ik wel eens denk dat ik het net iets te hard roep, te vaak zeg en blijf herhalen: dat die verhalen zo actueel zijn; dat het Bijbelse getuigenis ons iets leren kan; een spiegel voorhoudt enz. enz. Maar toen ik in de dagen van Trump en Biden mijn maanden eerder voorgenomen preken over die zoon van David Absalom voorbereidde, toen ik langzaam door de eeuwenoude Hebreeuwse teksten kroop, de profetische boeken van Samuël, terwijl die avond het Capitool werd bestormd – de plek waar later de stralende dichteres over vrijheid sprak –, toen stelde de tekst me gerust. En toen vervolgens ook nog, kort daarop, gedupeerden van de toeslagaffaire aan de poort van het Haagse Binnenhof om recht riepen en het – dat was een paar dagen geleden – beloftes regende in de RTL4-studio, riep ik het bijna naar het TV-scherm: Neem! Lees!

Een drietal toegewijde mannen stond die zondag in voor de kwaliteit van beamer en online verbinding; twee trouwe ambtsdragers waren al in alle vroegte in de consistorie; de toegewijde organist verheugde zich op de overbekende psalm, het oude lied van verlangen: ‘Geef Heer de koning uwe rechten / en uw gerechtigheid/ aan ‘s koningszoon om uwe knechten / te richten met beleid. / Dan ruist op alle bergen vrede, / heil op der heuvelen top. / Hij zal geweldenaars vertreden, / maar armen richt hij op.’

Toen kwam de lector, die zich extra zorgvuldig had voorbereid, die ieder woord had gewogen om in de huiskamers goed te laten klinken, en las. Ik werd er gelovig van.

Door Werner Pieterse