Column Mirjam Elbers april 2021

Historie of heden?

Nu ik zelf meer (online) kerkganger ben dan voorganger, valt mij op dat veel preken worden gehouden volgens het stramien: “dat moet heel wat voor die leerlingen van Jezus geweest zijn” of, iets indringender: “Jezus deed dat zo, nu wij ook”. Ook als ik zelf leerhuizen of bijbelklassen geef, duikt die zinsnede regelmatig op: “Dat moet wel wat geweest zijn.” In duizend verschillende vormen komt die manier van lezen voorbij. Ik zou haar de ‘historische lezing’ willen noemen. Soms bot en primitief, soms heel subtiel, maar het resultaat is eigenlijk altijd dat ik me wat vervreemd voel van de tekst.

Zou men daar in het poëzie-onderwijs nu ook last van hebben? Dat men ‘Voor de verre prinses’ van Slauerhoff leest en dan zegt “Dat moet wel wat geweest zijn voor die prinses”? Ik waag het te betwijfelen, maar misschien heb ik te hoge verwachtingen van de seculiere literatuurwetenschap. Daar gaan ze dan misschien weer in de biografie van Slauerhoff zoeken welke vrouw de dichter in gedachten moet hebben gehad…

Kerk en theologie zouden er mijns inziens bij gebaat zijn als er een veel directere relatie met de bijbelwoorden zou worden gelegd. Daar hoef je niet veel moeite voor te doen trouwens: zeker wie de tekst in de grondtalen leest en zich niet laat afleiden door ‘historiserende’ vertalingen, merkt dat de teksten zelf daar alle aanleiding toe geven. De predikant mag erop hopen dat de woorden niet alleen vertellen hoe het was, maar ook dat ze hier en nu geschieden. Dat met het lezen van de tekst en de preek erover wijzelf in de tekst voorkomen, en erin gaan wonen. Die verwachting en urgentie mis ik in veel preken.

Laat ik een voorbeeld geven: alledrie de synoptische evangeliën vertellen het verhaal van Jezus’ ontmoeting met een man in het land der Gerasenen, die huist in de graven, bezet door demonen. Deze man is heel gemakkelijk op afstand te houden: in historische zin is dit een lugubere geschiedenis uit een ver verleden. En psychologisch heeft het alle schijn van een schizofrene psychiatrische patiënt, zoals we die ook nu nog, op straat of in een kliniek, tegenkomen. “Jezus liep niet om hem heen, en dat zouden wij ook niet moeten doen”, zou de preek kunnen luiden. Zeker waar. Maar alle drie de evangelisten vertellen dit ook als een paasverhaal: zoals Mozes de Egyptenaren doet verdrinken in de Rietzee, zo doet Jezus al die demonen verdrinken in het water van het meer (Markus zegt: zee). Wie deze tekst hoort is getuige van de ondergang van al die stemmen die bij deze mens als een leger door zijn ziel heenstampen. En voor je het weet sta je zelf aan de oever van de zee te kijken naar de ondergang van de stemmen in je eigen hoofd, alles wat jou benauwt, gekmaakt, naar de dood doet verlangen. Voor je het weet geschiedt het verhaal hier en nu.

Dat is toch de stille verwachting waar de kerk van leeft. En waar ze om bidt. Dat het niet blijft bij historie, maar heden wordt. Daar mag de voorganger best wat meer op vertrouwen.

Mirjam Elbers