Column Ad van Nieuwpoort oktober 2012

Door Ad van Nieuwpoort

Nu het bestaan van de kerk allerminst vanzelfsprekend is geworden, neemt de roep om inhoud toe. We horen die roep onder studenten theologie, onder beginnende predikanten maar ook in de kerkelijke gemeente zelf. Waarom zouden wij nog naar de kerk gaan? Dominee worden? En nu de kerk lijkt leeg te lopen, waarom zouden wij dan eigenlijk ons best moeten doen om dit tij te keren? Waarom zouden wij zo'n, zo lijkt het, 17e eeuws instituut in stand moeten houden? Hoe bedreigend misschien voor sommigen, deze vragen stellen ons voor een grote uitdaging. Nu niets meer vanzelfsprekend is, staan wij in de kerk en in de theologie voor de uitdaging om terug naar de tekentafel te gaan. De meest basale vragen moeten weer opnieuw gesteld worden om te ontdekken waar het vandaag in kerk en theologie om zou kunnen gaan. Wie is God? Wat is 'geloven'? Wat is de kerk? Waar was die kerk oorspronkelijk voor bedoeld? Wat zijn haar wortels?
De urgente roep om inhoud, ook in onze samenleving, werpt ons terug op onze bronnen. Net als in de tijd van de Reformatie zullen wij, als wij een antwoord willen krijgen op deze vragen, terug moeten naar het bijbels getuigenis, terug naar het getuigenis van Mozes, de Profeten en de Apostelen. Dat is geen sinecure want juist die bijbel is bedekt door talloze lagen interpretatiegeschiedenis. En ook wij hebben tal van vooroordelen en beelden als wij de bijbel gaan lezen. Maar juist daarom komt het er vandaag op aan de poging te wagen om terug te keren niet naar ons geloof, of onze godsbeelden, maar om terug te keren naar de letters en de woorden van de teksten. Terug naar de Hebreeuwse runentekens om weer eens van voor af aan te beginnen met lezen. Woordje voor woordje. Met daarbij de vraag: wat wil hier nu gezegd worden? Welk verhaal wordt hier verteld? Een poging om niet het verhaal voor de voeten te lopen met ons geloof en onze inzichten, maar nu eens de teksten voor zichzelf te laten spreken, dáár komt het op aan. Het lukt natuurlijk nooit helemaal. Daarvoor zijn we te belast. Maar als we niet teruggaan naar de bronnen, hoe anders zouden wij dan opnieuw kunnen ontdekken waar het ook al weer om gaat?
Voor die ontdekkingstocht hebben wij De Nieuwe Bijbelschool opgericht. Omdat wij het vertrouwen hebben dat die bijbelse verhalen ons nog wel eens meer zouden kunnen zeggen dan wij tot dusver gedacht hadden. En dat het in die verhalen misschien wel meer zou kunnen gaan over ons en onze tijd, dan wij voor waar willen hebben.
Ad van Nieuwpoort, voorzitter De Nieuwe Bijbelschool