Column Marco Visser november 2012

Door Marco Visser

'De bijbelverhalen bleven me niettemin fascineren, niet om hun vrome inhoud, maarMarcobijgesnedenwebklein om hun verbazende vertelkracht.' Zo schrijft Guus Kuijer in het nawoord van zijn recent verschenen De Bijbel voor ongelovigen. Kuijer beschrijft hoe hij als tienjarig jongetje, in een streng calvinistisch milieu, ineens ontdekt dat hij er niets van gelooft. Uitgebreider vertelt hij erover in een interview in het VPRO-radioprogramma Brands met Boeken ('Op een gegeven moment ontdekte ik dat het 'ongeloof' heette, wat ik had'). Evengoed blijven de bijbelverhalen hem een leven lang boeien. Het resultaat daarvan is dan nu De Bijbel voor ongelovigen, waarin Kuijer het boek Genesis hervertelt.

Het is – natúúrlijk, zou ik willen zeggen, want het is van Guus Kuijer – een prachtig boek. Soms volgt Kuijer nauwgezet de tekst van het boek Genesis zelf, soms dwaalt hij er ver vanaf. Maar in alles klinkt de verwondering door: Moet je horen, wat een wonderen van vertelkunst! En dat inspireert Kuijer op zijn beurt ook weer tot vertellen. Aanstekelijk is vooral de vrijmoedigheid, de onbevangenheid, waarmee Kuijer de Bijbelverhalen tegemoet treedt. Hij leest de Bijbel als literatuur, niet als een hoge instantie betreffende heilige huisjes als 'religie' of 'geloof'. Ja, dat was de grote ontdekking van Kuijer, zo vertelt hij in het radiointerview: dat het in de Bijbel niet hoofdzakelijk om geloof gaat.

Dat wordt vaak gedacht: in de Bijbel zou het feit centraal staan dat mensen in God geloven, dat ze op de juiste manier religieus zijn. En als je gelooft, dan is het voor jou bestemd. Als je niet gelooft, dan niet. Dan is de Bijbel voor jou dus ook niet interessant. Maar als je de verhalen op je in laat werken – dat heeft Guus Kuijer gedaan –, als je goed leest, kun je eigenlijk niet anders dan tot de conclusie komen, dat niet de mens als gelovige centraal staat, maar de mens als mens. Daar gaan die verhalen over: over mensen, met een naam en een verhaal. Met hun mooie kanten en met hun makken. Helemaal, zoals wie niet? Er wordt wel ook nog verteld van een vreemde figuur, een heel bepaalde God, die in mensen gelooft. Maar of die mensen nu in die God geloven, dat is nog maar de vraag. Dat blijkt steeds weer niet zo te zijn. En dan weer plotseling wel, of dan twijfelen ze weer, of ze spreken het tegen, of... enzovoort. Maar gelukkig gaat het daar niet om.

De ervaring bij het lezen is steeds weer dat die hele categorieën 'gelovig' en 'ongelovig' overhoop gaan. En in het voetspoor daarvan moeten onze categorieën 'kerkelijk' en 'onkerkelijk' ook maar met een flinke korrel zout genomen worden. Daar gaat het niet om. Als je ervoor gaat zitten, blijkt dat de verhalen van de Bijbel voor iedereen even herkenbaar en inspirerend zijn, en voor iedereen even vreemd en hoekig en aanstootgevend. Rond deze teksten ontstaat een ontmoeting van mensen die elkaar heel wat te vertellen hebben.

http://boeken.vpro.nl/radio/brands-met-boeken/2012/19-oktober.html