Column Ad van Nieuwpoort december 2012

Christelijke dogmatiek

Voor mij ligt een ruim 700 pagina's tellende Christelijke Dogmatiek. Het is net uit. Een kloek werk van de hoogleraren Van den Brink en Van der Kooi. Na het Christelijk Geloof van Berkhof uit 1973, ligt hier misschien wel de opvolger. Geen sinecure om in 2012 te komen met zo'n stevig boek. Het dwingt respect af. Toch zit ik er een beetje tegenaan te hikken. 'Christelijke Dogmatiek' vandaag de dag. Wie waagt dat nog? En voor welk publiek? Het boek spreekt van 'fatsoenlijk nadenken over God, mens en wereld'. Het hoofdstuk over 'openbaring' begint met een zekere Peter Roelofsma die het licht zag. En in de inleiding wordt gewag gemaakt van het feit dat dit boek staat "in een lange traditie van gelovigen die het christelijk geloof hebben willen verbinden aan wat er aan 'algemene' kennis voorhanden is". Al lezend merk ik bij mezelf een vervreemding. En ik probeer erachter te komen waar die vervreemding vandaan komt.

Dit boek ademt zo'n totaal andere sfeer dan wanneer ik bijvoorbeeld de verhalen lees over David en Saul, of over een Jezus die het waagt met twijfelende leerlingen. Verhalen over een Woord dat inbreekt en juist haaks staat op wat er in het 'algemeen' wordt gedacht of geloofd. Deze dogmatiek vindt haar uitgangspunt voornamelijk in de gelovige die zijn best doet om zijn geloof onder woorden te brengen. Dat is misschien voor mij wel het meest bevreemdende van dit boek. Het vertrouwen dat de schrijvers hebben in het gelovige subject.

Ik heb in mijn studententijd en ook wel later ongelofelijk veel gehad aan de Kirchliche Dogmatik van Karl Barth. Een overigens niet minder stoere dogmatiek. Maar bij Barth heb ik het altijd zo imponerend gevonden dat hij (met een knipoog) wilde beginnen bij 'God' en juist niet bij de gelovige mens. Dat was voor mij geweldig bevrijdend en leek zo op hoe ook de bijbelse vertellers niet inzetten met een mens die over 'God' begint na te denken, maar bij een God die schept uit het niets. Barth zag het 'geloof' eerder  als onmogelijk dan als vanzelfsprekend. En daardoor heb ik die dogmatiek van Barth ook zo goed kunnen lezen naast Nietzsche en naast existentialisten als Sartre. Ik had altijd het idee dat Barth dat moderne levensgevoel kende en doorleefde en te midden van dat levensgevoel een poging deed stem te geven aan wat hem gewaar werd in het getuigenis van profeten en apostelen. De kleine lettertjes van die grote dogmatiek van Barth zijn voor het grootste deel dan ook gewijd aan bijbelse exegese. Dat alles mis ik in de Christelijke Dogmatiek die voor me ligt. 'Geloof' en 'God' lijken vanzelfsprekende grootheden. Er wordt niet mee geworsteld. Het klopt allemaal te zeer. Daarom misschien wel die vervreemding.

De laatste jaren herken ik me nog het meest in mensen als Willem Barnard. Een op en top bijbelaar. Iemand die de woorden van de Schrift probeert op waarde te schatten. En in de kantlijn van Bijbelverhalen een paar dingen benoemt. Heel associatief soms, maar vaak ook heel raak. Bij hem is 'geloof' poëzie. Gegrepen worden door een stem die oplicht in de woorden gelegen in het bed van de taal. Dat is in toenemende mate zoals ik het ook probeer als predikant. De dagen beginnen met de Schrift. Dáár alles van verwachten. De woorden bekloppen. Goed lezen. En dan hopen en bidden dat er een stem spreekt die mij richting wijst en in beweging zet. En dat samen met allerlei mensen. Gelovig of niet. Niet op zoek naar grote antwoorden, maar bereid om door die bijbelse stemmen de vragen goed te leren stellen. Nee, zo'n Christelijke Dogmatiek zou ik niet kunnen schrijven. Maar misschien wil ik het ook wel niet.

Ad van Nieuwpoort