Column Laura van Baars mei 2013

Galeries zijn al geen plaatsen waar het zwart ziet van de mensen, maar de leegte wordt er steeds groter. De galerie verdwijnt, zo las ik laatst een essay van kunsthistoricus en econoom Olav Velthuis in de Volkskrant. Het is volgens hem geen tijdelijk verschijnsel, dat verdwijnt als de crisis voorbij is. Het grootste probleem is volgens Velthuis structureel: mensen hebben geen tijd meer om 'op een verloren zaterdagmiddag galeries af te struinen'. 

Wanneer bezocht ik zelf voor het laatste een galerie? In mijn buurt, de Amsterdamse Jordaan, werp ik vaak een ietwat meewarige blik in de vele lege kunstruimten. Binnengaan doe ik niet, ik scan alleen de etalage. De laatste keer dat ik er echt de tijd voor nam, was met mijn vader. Ik was een kind. Op 'verloren zaterdagmiddagen' nam hij ons inderdaad mee naar galeries, veilinghuizen en kunstenaarsateliers. Mijn moeder ging niet mee. Vermoedelijk vond mijn vader, die de hele week werkte, het een mooi kwaliteitsmoment met de kinderen in het weekend. En dat was het ook.

Tijd om tijd te nemen voor kunst, voor bezinning of reflectie is er in mijn leven nu veel minder. Een onverwacht, en waarschijnlijk onbedoeld, bijeffect van de emancipatie is dat vaders en moeders beide net zo veel tijd kwijt zijn met werken en zorgen. Dat vader in het weekend zijn plicht gedaan heeft en kan gaan reflecteren in een galerie met zijn kinderen, zal moeder niet accepteren. Wanneer moet de was dan gedaan worden? Wie kookt er 's avonds?

Galeries zoeken oplossingen in de kunsthandel via internet. Als een kunstliefhebber eenmaal het werk van een kunstenaar kent, durft hij een ander werk wel te kopen op basis van een plaatje, schrijft Velthuis. De echte beleving doet er dan kennelijk minder toe.

Maar waar blijft het slenteren, het gevoel van de 'verloren zaterdagmiddag'? Ook daarvoor bedacht de kunstwereld een oplossing: de grote festivals en kunstbeurzen waarop talloze kunstenaars de aandacht proberen te trekken. De bezoeker heeft in één middag een panoramisch zicht op alles wat er te koop is, onder het genot van een drankje. Voor de kinderen is er een ballenbak. Een heuse 'totaalbeleving' voor groot en klein, man en vrouw.

Wat zonde, zou je kunnen zeggen. Die reactie is zelfs verleidelijk. Dat verlies aan rust, aan innerlijke beleving, die jachtige feestcultuur die ervoor in de plaats gekomen is, bah. Tegelijkertijd is het tijdsgebrek in onze samenleving zo'n fact of life, dat je er met treurnis of morele verontwaardiging alleen niets tegen begint.

Briljante geest die in de moderne agendagekte ook die dimensie van bezinning weer weet terug te brengen. Als de galeries die functie hebben laten varen, als rijen voor de Amsterdamse musea zo lang blijven dat er geen fietser meer tussendoor kan en als de veilinghuizen vertrekken naar Londen, dan, tja... wat dan? De Nieuwe Bijbelschool?

Laura van Baars is bestuurslid van De Nieuwe Bijbelschool