Column Marco Visser juni 2013

 

Werkster

Ik hoorde het verhaal van een welgesteld echtpaar. Het ging over de schoonmaakster. Eens in de week kwam zij een aantal uren het huis doen: een kleine vrouw uit een ver land. Zij sprak geen Nederlands en slechts gebrekkig Engels. Probeer dan maar eens uit te leggen dat je de gootsteen graag met Jif gedaan wilt hebben en dat de plinten ook een keer gestofzuigd mogen worden… Het ging allemaal met handen en voeten. De ‘werkgevers’ vertelden dat zij over het werk van hun schoonmaakster niet tevreden waren. Na verschillende mislukte pogingen om iets uit te leggen waren zij zover dat zij haar wilden ontslaan.

Maar intussen hadden zij van de kleine buitenlandse ook iets over haar persoonlijke leven gehoord. Dat was via diezelfde handen en voeten gegaan, en door kleine fotootjes op een mobiele telefoon. En zo was deze vrouw uit de anonimiteit gekomen, had ze een naam en een gezicht gekregen. Een uniek, onvervangbaar verhaal. Deze vrouw had haar gezin achtergelaten. Zij had kinderen die zij nooit zag. De kinderen waren nog klein en werden door hun grootouders opgevangen. In haar eigen land was de werkster geen werkster, maar verpleegster in een ziekenhuis. Ze had haar bestaan opgegeven, om met het geld dat zij hier verdiende, ervoor te zorgen dat de kinderen straks konden gaan studeren en later een beter bestaan zouden kunnen opbouwen.

Het dilemma. Uit ‘medelijden’ zou het Nederlandse gezin deze vrouw in dienst houden, omdat zij het geld nodig had. Aan de andere kant zouden zij haar misschien juist moeten ontslaan, een vliegticket voor haar kopen en haar terug moeten sturen naar haar land. Een moeder kan toch niet zonder haar kinderen; en kinderen kunnen toch niet zonder hun moeder? Aan de andere kant, zo zorgde zij wel voor een betere toekomst voor haar kinderen. Aan de andere kant, kon dat niet anders?

Wij houden met z’n allen deze wereld, die zo in elkaar zit als ‘ie in elkaar zit, in stand. Het is vreselijk, en wij houden het in stand. Door dit verhaal realiseerde ik mij dat wij met handen en voeten aan ons ‘systeem’ gebonden zijn. Of wordt dit toch nog ergens tegengesproken, kan het anders? Is er een tegenverhaal, een alternatief?

Het verhaal eindigde overigens met een berichtje van de vrouw op het antwoordapparaat. Zij zou niet meer komen. Ze moest terug. Er was iets met de kinderen.

Gerrit Achterberg dicht:

Werkster

Zij kent de onderkant van kast en ledikant,
ruwhouten planken en vergeten kieren,
want zij behoort al kruipend tot de dieren,
die voortbewegen op hun voet en hand.

Zij heeft zichzelve aan de vloer verpand
om deze voor de voeten te versieren,
van dichters, predikanten, kruidenieren,
want er is onderscheid van rang en stand.

God zal haar eenmaal op Zijn bodem vinden
gaande de gouden straten naar Zijn troon,
al slaande met haar stoffer op het blik.

Symbolen worden tot cymbalen in de
ure des doods – en zie, haar lot ten hoon,
zijn daar de dominee, de bakker en de frik.

Marco Visser is bestuurslid van De Nieuwe Bijbelschool