Column Ad van Nieuwpoort augustus 2013

 

De stille kracht

Deze zomer heb ik De stille kracht van Louis Couperus herlezen. Een monument uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Normaal pak ik wat recente romans in, maar dit keer had ik sterk de behoefte weer eens te proeven hoe in de vorige eeuw ook alweer literatuur werd geschreven. Het maakte op mij een diepe indruk. De stille kracht gaat over de in het voormalige Indië gevestigde resident Van Oudijck. Het prototype van een deugdzame Nederlander die te midden van het gewoel onder de Javaanse bevolking een goed rationeel doordacht bestuur tracht hoog te houden. We zien hem toegewijd aan het werk in zijn witgepleisterde Residentie in Laboewangi. Hij heeft helder voor ogen wat hij wil en doet zijn uiterste best om zijn werk in goede banen te leiden. Niets aan de hand, zou je zeggen. Maar, en daarin schuilt ook het uiterst actuele van dit boek, de werkelijkheid is meer dan goed doordacht bestuur. Op papier klopt het allemaal. Niets op aan te merken. Maar je voelt als lezer vanaf het eerste begin een spanning die bijna niet uit te houden is. Hoezeer Van Oudijck ook de touwtjes in handen denkt te hebben, ontstaat er een gapende kloof tussen hem, zijn deugdzame bestuur en de mensen om hem heen. De werkelijkheid blijkt voortdurend weerbarstiger dan het beleid en de oplossingen die Van Oudijck in zijn hoofd heeft. Van Oudijck blijkt blind voor alles wat zich aan zijn eigen logica en gevoel van juistheid onttrekt. Het wordt in het boek 'de stille kracht der zichtbare dingen' genoemd.

Het grote thema van Couperus over de mens die manmoedig zin probeert te ontdekken in een wereld die hij nooit zal kunnen bevatten, brengt me bij de dag van vandaag. Op diverse fronten in onze samenleving ontdekken we dat de naoorlogse concepten stuk breken op de werkelijkheid van alledag. De bekende protocollen en prognoses werken niet meer. Alleen al als het gaat over de toekomst van onze economie zijn de meningen onder politici en economen nog nooit zo verdeeld geweest. Niemand lijkt te weten waar het naar toegaat. En hoezeer we die onzekerheid ook proberen te temmen door tal van statistieken en vergelijkingen komen we er zo langzamerhand achter dat als het gaat over de 'stille kracht der zichtbare dingen' onze houding misschien wel een heel andere zal moeten zijn.

In het verhaal van het evangelie gaat het misschien juist ook wel over een nieuwe ontvankelijkheid voor 'de stille kracht der zichtbare dingen'. Waar de Messias Jezus verschijnt komen zaken aan het licht die doorgaans verborgen blijven. Een zieke wordt in zijn nabijheid een mens met een naam. Een op het eerste gezicht sterke tollenaar blijkt een kwetsbare man die verlangt naar aandacht. En een religieus instituut als de tempel wordt door hem ontmaskerd als bezet gebied.

Ik vertrouw erop dat als wij weer van voren af aan deze verhalen leren spellen, wij een ontvankelijkheid oefenen voor 'de stille kracht der zichtbare dingen'. Dat vraagt wel om een nieuwe openheid en misschien soms ook wel om een afscheid van wat ons daartoe in de weg kan zitten. Want de geschiedenis leert ons hoe snel we in de verleiding kunnen komen om ook van het evangelie weer een model te maken. We kunnen ons vasthouden aan die visionaire stem die zegt: 'Zie, ik maak alle dingen nieuw!'

Ad van Nieuwpoort is voorzitter van De Nieuwe Bijbelschool