Column Laura van Baars september 2013

Wat seks voor dominees en rabbi’s (m) betekent

Heeft u ooit de film Yentl gezien? Ik hoop het, want voor wie het Joodse lernen wil begrijpen is Yentl een ‘must see’. In de film verruilt Barbra Streisand, een prachtig zingende Yentl, haar lange lokken voor een jongenskapsel en haar jurk voor een tsietsiet (zeg maar een hemd dat door orthodoxe mannen gedragen wordt). Zij wil naar de jeshiva om te kunnen studeren op de Talmoed, en dat kan alleen als jongen want voor meisjes is theologische studie verboden. We schrijven jaren ‘30 in de Baltische staten. Op weg naar de universiteit komt Yentl de briljante Avigdor tegen (acteur Mandy Patinkin), op wie ze verliefd wordt. Avigdor ziet haar echter als een man, en vat weliswaar een diepe vriendschap voor zijn medestudent ‘Anshel’ op- wordt misschien ook wel een beetje verliefd- maar valt uiteindelijk toch op de supervrouwelijke Haddass. Als hij erachter komt dat Yentl haar vrouwelijkheid verruild heeft om te kunnen studeren, begrijpt hij er niets van. Avigdor roept Yentl vertwijfeld aan met de woorden die mij als voor de televisie zwijmelende puber lang fascineerden: Maar hoe kan je nu willen studeren, als een vrouw alle wijsheid al in pacht heeft zonder ooit één boek te hoeven openslaan?

Heel verleidelijk voor een vrouw, om te denken dat je veronderstelde fijngevoeligheid, loyaliteit, moederschap of meelevendheid je voorziet van alle menselijke wijsheid in het leven. Zonder ooit een boek te hoeven openslaan. Avigdor is lang weggeweest uit mijn gedachten (al draai ik de muziek van Yentl nog regelmatig), maar ik moest weer aan hem denken toen ik onlangs de theologische roman De Vierde Vrouw van Frans Willem Verbaas las. Het boek gaat over het leven van Karl Barth. De theoloog, zegt u. De vrouwenverslinder, beschrijft Verbaas. Ook Barth kent volgens Verbaas weer die mystieke kracht toe aan de vrouw. Sterker nog, hij stelt dat de vrouw dezelfde openbarende kracht biedt als een goede preek. De preek is een vrouw, zou Barths overtuiging zijn. "De ontdekking van de vrouwelijkheid van de preek roept zelfs erotische associaties op", zegt Barth in de roman. "Omdat de volmaakte preek net zo onbereikbaar is als de volmaakte vrouw, is zij net zo verslavend, en net zo gevaarlijk. De ware predikant krijgt nooit genoeg van haar, blijft zijn hele leven rusteloos naar haar op zoek. De beste preek is altijd de volgende, en de beste predikant is zonder enige twijfel een ware Don Juan."

Wat nu als de predikant een vrouw is?, werpt een kritische vriendin aan Barth tegen. Barth neemt daarop een slokje bier en laat de vraag passeren. Hij is nog steeds vol van zijn eigen romantische tirade. Eentje die een verklaring biedt voor zijn kwaliteit als predikant, maar ook voor zijn ontrouw. Maar de portee van de vraag van Barths vriendin en de verkleedpartij van Yentl is dezelfde: gaan de twee godgeleerden, de rabbi Avigdor en de dominee Karl Barth, in hun lofrede op de vrouw niet volledig voorbij aan haar eigen behoefte aan kennis en ontwikkeling? Natuurlijk. Dit klopt voor geen meter! Nooit een boek te hoeven openslaan en toch de volmaakte vrouw kunnen zijn, openbaring te kunnen bieden, puur vanuit haar natuur als mens? Maar het gekke is: juist bij vrouwen die wel boeken openslaan, Yentl, Barths vrouw Nelly en zijn minnares Lollo, maar eerlijk gezegd ook bij die destijds zo leergierige puber voor de film met Barbra Streisand die uitgroeide tot een zichzelf als kritisch beschouwende journalist, komen beide heren glansrijk met dit vleiende vrouwbeeld weg.

Laura van Baars is bestuurslid van De Nieuwe Bijbelschool