Column Ad van Nieuwpoort januari 2014

 

Wie is God?

Geloven in God mag weer. Het schijnt zelfs heel gezond voor je te zijn. Waarom zouden hoogopgeleide,  in Amsterdam wonende gelovigen altijd maar weer iets uit te leggen hebben? Hebben ongelovigen niet veel meer uit te leggen waarom ze niet in God geloven? De wereld moet toch ergens vandaan komen? Dat is in een notendop de boodschap van Stefan Paas en Rik Peels in het boek dat deze dagen volop in de spotlights staat: God bewijzen. Er worden vele argumenten gegeven om in God te geloven. Argumenten van het hoofd en van het hart.

Als theoloog en predikant in een gemarginaliseerde kerk zou je met deze boodschap blij moeten zijn. Maar hoe luchtig en vrolijk ‘God bewijzen’ ook leest, ik ben er niet gelukkig mee. Paas en Peels spreken over God als over een onproblematische vanzelfsprekendheid. Nergens in het boek wordt God echt verhelderend gedefinieerd. Gezien hun beider achtergrond zou je kunnen raden waar zij staan, maar in hun boek wordt geen enkele poging gedaan zich te verhouden tot wat er in de afgelopen eeuwen theologiegeschiedenis is gebeurd. De stelling die zij poneren is nog het best te vergelijken met een gemiddelde discussie in de negentiende eeuw. Maar is er daarna niets gebeurd? Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, nu 100 jaar geleden, kwam men er in de theologie achter dat het woordje ‘God’ beslist geen neutraal woordje is, maar eerder een hoogst riskante aanduiding. Een woord waar zomaar alles in past. In naam van ‘God’ werden oorlogen en misstanden van een legitimatie voorzien. En stond in de Tweede Wereldoorlog niet op de koppelriemen van Duitse soldaten te lezen ‘Gott mit uns’? Welke God was dat? En als bij elke lancering van Amerikaanse raketten op onschuldige Iraakse burgers werd geroepen ‘God bless America’? Of ‘Allah is groot’ bij een zoveelste zelfmoordaanslag?  Is dat dan dezelfde God als waar Paas en Peels het over hebben? Enige verheldering van het begrip ‘God’ was toch wel op zijn  plaats geweest. De vraag naar ‘God’ is door alle eeuwen heen namelijk steeds ook de vraag naar de macht geweest. De vraag naar wie de touwtjes in handen heeft.

Juist in de twintigste eeuw gingen bij diverse theologen de ogen ervoor open dat in de Bijbel zeer  kritisch over ‘God’ gesproken wordt. De Bijbelse teksten, zo ontdekten zij, stellen de lezer voortdurend voor de vraag in welke ‘God’ wij eigenlijk geloven. Ze ontdekten in de Bijbel de profetische kritiek op de religie. De Joodse Bijbel werd opnieuw gelezen. Die heeft het ook nooit zomaar over God, maar over een geheel eigen naam in niet uit te spreken vier Hebreeuwse medeklinkers. Niet voor niets wordt er in de Bijbelse verhalen ook steeds gesproken over de God van Abraham, Izaak en Jakob als inhoudelijke invulling van wie die God van de Bijbel is. Ook in het Nieuwe Testament wordt het woordje ‘God’ steeds gezet in het perspectief van de naam Jezus Christus. Jezus moet uitleggen wie God is. ‘Jezus als de weg, de waarheid en het leven’ vormde voor de bekennende Kirche in Duitsland het beslissende uitgangspunt voor hun aanval op de ideologie van Hitler. Dit om aan te geven dat het in de Bijbel en dus, als het goed is, ook in de kerk om een heel andere God dient te gaan. Paas en Peels geven zich daarvan geen rekenschap. En daarmee zijn zij volgens mij niet alleen de connectie met de theologiegeschiedenis kwijt, maar ook met de Bijbel. En zetten zij, zonder zich het bewust te zijn, de deuren wagenwijd open voor een hoogst riskant algemeen Godsgeloof. 

Ad van Nieuwpoort is predikant in Bloemendaal en Overveen. In het najaar verschijnt bij Prometheus van zijn hand een boek over het atheïsme van de Bijbel.