column Ad van Nieuwpoort april 2014

 

Waarom het Oude Testament?

'Ik ben een volgeling van Jezus en niet van Mozes'. Het was een gesprek naar aanleiding van de doorgaande lezing op de zondagmorgen uit het boek Exodus in deze Paastijd. In deze voor mij betrekkelijk nieuwe gemeente moeten sommigen wennen aan de centrale positie die ik geef aan het zogenaamde Oude Testament. In een deel van deze gemeente werd vooral de nadruk gelegd op het Nieuwe Testament. Waarom moeten we eigenlijk dat Oude Testament lezen, we hebben Jezus toch? En ik maar denken dat in de mainstream van de Protestantse Kerk inmiddels het 'tegoed van het Oude Testament' wel was doorgedrongen. Een goede les voor mij om niet zomaar uit te gaan van de vanzelfsprekendheid van dit tegoed. Om dit opnieuw, ook voor mezelf, maar weer eens te bevragen. Waarom lezen we het Oude Testament? En wat is eigenlijk de plaats van de bijbel in de zondagse eredienst? Onlangs bevroeg ook een collega mij op dit punt. Kunnen we wel uitgaan van de centrale plaats en het belang van de Schrift? Kunnen we wel van de gemeente verwachten dat zij daarin meegaat? Of moeten we dit zondag aan zondag bevechten? Alleen al het feit dat wij als kerk uitgaan van het belang van die Bijbelverhalen, is een punt dat opnieuw doordacht zou moeten worden. Hoe was het ook al weer? Sola Scriptura? 'De Schrift als bron en norm van de prediking'?

Ik weet het natuurlijk niet precies maar ik krijg wel sterk de indruk dat deze kolossale vragen te weinig aan bod komen. We zijn zo in de weer met de reanimatie van een oud instituut dat wij nauwelijks meer de ruimte hebben om hier eens op een zorgvuldige wijze bij stil te staan. Van aankomende predikanten bereikt mij in toenemende mate de klacht dat ze het gevoel hebben onvoldoende te zijn voorbereid op deze inhoudelijke vragen. De opleiding wordt vooral beheerst door zaken als 'gemeente-opbouw' en het versterken van je competenties. Dit terwijl in toenemende mate de grote vanzelfsprekende uitgangspunten worden bevraagd. Juist ook in de kerk. Als ik met een stel zich ongelovig noemende Bloemendalers in een brasserie Bijbelverhalen lees is er interesse en nieuwsgierigheid. Kijkt men op van de verbeeldingskracht. Daar worden vragen naar historiciteit en de verhouding tussen Oude en Nieuwe Testament nauwelijks gesteld. Maar in de kerk worstelt de oude generatie met een dogmatiek waarvan zij ook wel weet dat die niet meer adequaat is. Maar tegelijkertijd wordt men nauwelijks bij de hand zijn genomen om die achtergrond te verwerken en het over deze dingen te hebben. Van bijbel en kerk weten we inmiddels heel goed waarom wij allerlei dingen niet meer geloven, maar waar het dat wel over gaat, is een grote vraag.

Die vraag naar het Oude Testament vertolkt dit in de kern. Degene die me zei dat hij een volgeling van Jezus was en niet van Mozes, voegde er snel aan toe dat hij natuurlijk niet meer gelooft in het, zoals hij het noemde, 'verzoenend bloed aan het kruis'. Achter deze vraag gaat kortom een wereld van vertwijfeling schuil.

Het enige dat wij als kerk in de reformatorische traditie in huis hebben zijn de Bijbelverhalen. De wereld buiten de gevestigde kerk klopt geïnteresseerd op onze deuren. Maar de kerk zelf is in verwarring. Volgens mij is het weer hoog tijd voor een stevig leerhuis. In de plaatselijke gemeente maar niet in de laatste plaats ook binnen de opleiding voor predikanten. Die praktische vaardigheden komen later wel.

Ad van Nieuwpoort