Column Ad van Nieuwpoort mei 2014

 

Theologie na Auschwitz

Hoe ouder ik word hoe intenser ik de herdenking op 4 mei beleef. In toenemende mate wordt wat er is gebeurd in de oorlogsjaren voor mij tot iets verbijsterends. De ontsteltenis was er natuurlijk altijd al wel maar het lijkt wel alsof het nu pas een beetje tot me begint door te dringen hoe uiterst bedreigend het ook nu nog is dat goed opgevoede en weldenkende burgers die toch ook het zogenaamde ideaal van de Bildung hoog hielden in staat waren om hun romantische idee van reinheid en puurheid om te zetten in een slachting van miljoenen onschuldige medeburgers. Jan Terlouw noemde, in zijn overigens treffende lezing in De Nieuwe Kerk, kennis het beste wapen tegen tirannie. Ik begrijp wat hij bedoelt, alleen is dat nu net niet de werkelijkheid van de oorlog die wij herdenken. Het verbijsterende van WOII is nu juist dat we te maken hadden met een ideologie die haar voedingsbodem vond in het land van Goethe, Schiller, Hegel en Heidegger. Ik wou dat wat Terlouw beweerde waar was. Dan hadden we tenminste een wapen. Dan konden we iets zeggen, iets doen. Maar ook deze gedachte slaat stuk op de gruwelijke werkelijkheid van gedetailleerde en goed uitgewerkte plannen om een heel volk van de aardbodem te vegen. Dat is misschien voor mij nu wel het meest verbijsterende: dat ik geen tekst heb, geen goed idee als het gaat om wat zich in onze recente geschiedenis van het keurige Europa voltrok. Maar toch staat ons wel wat te doen. Want gedenken betekent in Hebreeuwse zin toch juist ook meer dan alleen maar denken aan. 'Gedenken' in Hebreeuwse zin betekent een opdracht voor nu. Hoe hypocriet wordt een herdenking, aldus ook Jan Terlouw, als wij niet in de voetsporen gaan van hen die verzet boden?

Ik pak Bijbels ABC van K.H. Miskotte er nog eens bij. Miskotte, die op 16 mei 1934 schreef: 'Goebbels' jongste rede is één hetze tegen de joden, die n.b. de schuld krijgen van de financiële crisis die ongetwijfeld aanstaande is. Het pogrom wordt voorbereid in de harten van miljoenen…' Miskotte kwam in verzet en schreef in de winter van 40-41 zijn Bijbels ABC. 'De vraag naar de zin van de Bijbel werd acuut', zo schrijft hij in zijn Woord Vooraf, 'want de scheiding der geesten begon zich te voltrekken'. Het ging, aldus Miskotte, om een bezinning over de kapitale begrippen die de Bijbel eigen zijn en hem onderscheiden van andere religieuze literatuur. De Bijbel leren lezen als verzetsliteratuur. Voor een betere weerstand. Dat komen we vandaag de dag in ons welvarende landje op zoek naar zingeving niet zoveel meer tegen. Ik weet nog hoe mijn goede leermeester en vriend Ben Hemelsoet ons in college vroeg aan onze bijbel te ruiken. 'Ruiken jullie de brandlucht?'. Als je goed leest, merk je dat dit geen vrijblijvende teksten zijn, maar geschreven onder druk. Teksten, net ontkomen aan een ramp. Pogingen om tegen de tirannie van de heersende machten in te schrijven en te getuigen van een God die zich nog het meest herkent in een gekruisigde Messias.

Ik heb altijd wat moeite gehad met de term 'theologie na Auschwitz'. Voor je het weet wordt Auschwitz een notie in een theologisch discours. En misschien is bijbelse theologie vooral toch theologie na Pasen. Maar tegelijk moet je zeggen dat het nog maar de vraag is of een theologie die zich geen rekenschap geeft van Auschwitz in staat is de tirannie te verdrijven.

Ad van Nieuwpoort