Column Ad van Nieuwpoort oktober 2014

 

Tekst of uitleg?

Ik zie mijn 'ongeletterde' grootvader nog zitten. Gebukt boven zijn Statenvertaling met kanttekeningen. Op zijn eikenhouten bureau daarnaast nog de concordantie van Trommius en wat commentaren. Zo was hij aan het schatgraven in het Woord, waar hij een heilig ontzag voor had. Mijn grootvader stond in een lange traditie. De Misjna in de synagogale traditie kende al de bladspiegel van de tekst in het midden en daaromheen commentaren van latere rabbijnen, uitleg van divers pluimage. Een dergelijk onderscheid tussen tekst en uitleg voorkomt het verabsoluteren van één interpretatie. De één las dit in de tekst en de ander las het weer anders. Ook de Statenvertaling met kanttekeningen zette de mensen zelf aan het werk. Want bijbellezen is hard werken. De bijbel is niet geschreven om als een makkelijk romannetje gelezen te worden. De bijbel, vol raadselen, poëzie en metaforen, is geschreven om samen met anderen te worden bevraagd, bestudeerd. Liefst met een uitlegger erbij die ervoor heeft doorgeleerd. Iemand die de grondtalen een beetje kan duiden en aan de hand van een concordantie kan wijzen op hoe de Schrift misschien wel zichzelf zou kunnen uitleggen. We zien in het boek Handelingen die zogenaamde 'kamerling' gaan. Hij leest uit het profetenboek Jesaja en Filippus wordt gesommeerd deze man terzijde te staan. ‘Versta je wat je leest?’, vraagt Filippus. ‘Hoe zou dat kunnen als niet iemand mij de weg wijst?’. Het inzicht dat de bijbel uitleg nodig heeft is al zo oud als de bijbel zelf. Dat is nu juist ook het bijzondere van de bijbel: elke keer zal weer gezocht moeten naar een uitleg die verstaanbaar is voor de mens van nu. Er is niet één uitleg. Elke keer zal de bijbel weer anders gelezen worden. Daarom is het ook zo zinnig om dat met anderen te doen. Alleen zo kom je dichter bij de bron.

Wat de BGT, en overigens ook al de NBV, doet is van de tekst zelf een uitleg maken met de suggestie dat we nog steeds met dezelfde bijbel te maken hebben. In hun gedrevenheid om de bijbel ‘begrijpelijk’ te maken voor de man in de straat, hebben de vertalers ervoor gekozen de interpretatie van de tekst maximaal de ruimte te geven ten koste van de tekst zelf. ‘In den beginne was het Woord’ weergeven met: ‘In het begin was Gods Zoon er al’ is geen vertaling maar een uitleg. Een uitleg in een heel bepaalde richting. Natuurlijk heeft deze uitleg zijn goed recht. Maar een goede exegese leert dat hier meer aan de hand is. Als je ‘Want ik schaam mij het evangelie niet’ weergeeft met ‘Ik schaam me niet om te vertellen dat Jezus aan het kruis gestorven is’ bied je geen betrouwbare vertaling, zoals het NBG bewust suggereert op haar site, maar vul je van alles in. Ik kan nog duizend andere voorbeelden noemen. En dan heb ik het nog niet over de vele kopjes die men tussen de teksten heeft gezet. Zelf bedachte kopjes die functioneren als interpretatiekader.

‘De bijbel is toch ook geschreven in gewone taal’ wordt er ter verdediging geroepen. Het tegendeel is waar. De bijbel is geschreven in een liturgische taal die niet op straat werd gesproken. De Joodse Bijbelgeleerde Franz Rosenzweig noemt die taal dan ook: Sprache der Botschaft: de taal van de boodschap. En de schrijvers van het evangelie doen hun uiterste best om zo dicht mogelijk bij die liturgische taal van het OT te blijven. Buitengewoon ongewoon dus. ‘Alles wat ertoe doet is in ongewone taal schreven, gezongen, gedicht en gespeeld’ schreef de schrijver Christiaan Weijts (Groene Amsterdammer) terecht naar aanleiding van de BGT. 

Van mij mag zo’n uitleg als de BGT. Er waren daar overigens al meerdere van. Maar noem het geen bijbel. Nico ter Linden heeft zijn ‘Verhaal gaat…’ ook geen bijbel genoemd. Het is zijn verhaal over de bijbel. Een goede kinderbijbel is ook geen bijbel, dat snapt iedereen. Het gevaar dat nu op de loer ligt is dat velen met de hand op deze bijbel weer rustig kunnen gaan stellen dat bijvoorbeeld homoseksualiteit inderdaad in de bijbel behoort tot ‘verboden seks’ (BGT). Het staat er nu immers heel helder in. Ook kan weer met een gerust hart over ‘gelovigen’ en ‘ongelovigen’ worden gesproken en kan heel het verhaal van Mozes worden uitgelegd als een vaderlandse geschiedenis met vooral veel wetten bedoeld voor ‘slechte mensen’(BGT).  Het deel in de kerk dat vroeger groot ontzag had voor de ‘uit de oorspronkelijke talen in onze Nederlandse taal getrouwelijk overgezette’ Statenvertaling blijft ijzig stil. Een ander deel der christenheid heeft nu weer zonder problemen de bijbel aan haar kant. Het kan met de BGT maar op één manier gelezen worden en ‘God spreekt eindelijk heldere taal’.

Is deze bijbel er misschien omdat de dominee tegenwoordig zoveel moet vergaderen in de kerk dat hij/zij nauwelijks meer toekomt aan één van zijn/haar hoofdtaken, namelijk het exegetiseren en uitleggen van de schriften? Het is m.i. een grondige discussie waard. Ook in de opleiding.

Die 'kamerling' en ook mijn grootvader vroeg om een uitlegger. Hij werd gelukkig niet alleen gelaten met een BGT. Op instigatie van de Geest kreeg hij Filippus. Die legde hem uit waarover werd gesproken…

Ad van Nieuwpoort