Column Ad van Nieuwpoort november 2014

 

De trouvaille van Kerst

Adembenemend. Zo heb ik de nieuwe roman van Jeroen Brouwers Het hout ervaren. Maar dan wel ook in de letterlijke zin van het woord. Het verhaal gaat over een door kloosterlingen geleid jongensinternaat in de vroege jaren vijftig van de vorige eeuw. Een hoogst benauwend instituut waarin vernedering en seksueel misbruik schering en inslag zijn. De 26-jarige leraar Duits, Eldert Haman, is zonder het aanvankelijk zelf in de gaten te hebben, heel langzaam aan,  ingelijfd in dit duistere instituut. Hij krijgt, zoals gebruikelijk, een nieuwe naam: Bonaventura. Deze onschuldige jongen is zwaar getraumatiseerd door het verlies van beide ouders in de oorlog. Hij heeft het gevoel mislukt te zijn en is daardoor volkomen weerloos tegen alles wat er in het jongensinternaat gebeurt. Hij wordt broeder, moet zijn fiets inleveren en zijn identiteit afleggen. Wanneer het seminarie een nieuw hoofd krijgt in de figuur van Mansuetus, die zich opstelt als een heuse dictator, wordt het jongensinternaat al snel een hel waar nauwelijks meer te leven is. Bonaventura mag geen les meer geven en wordt weggepromoveerd tot surveillant van de nacht en namiddag. Gaandeweg wordt hij getuige van de dagelijkse praktijken van vernedering en seksueel misbruik. Daardoor wordt hij zelf op een bepaalde manier ook medeplichtig. Telkens als een voormalig collega van buiten les komt geven, zoekt Bonaventura contact. Hij wil zijn hart luchten. En telkens wijst de collega hem de weg naar buiten. Gewoon het poortje door naar buiten. Maar voor hem lijkt het een onmogelijke weg. Hij wordt als het ware door ketenen vastgehouden. Hij is zijn vrije wil volkomen kwijt. Zijn leven in dit jongenseminarie is als een gevangenis waar hij niet meer uit kan, hoe simpel dat eigenlijk ook zou zijn. De last van dit gevangen leven, een leven in medeplichtigheid, een bestaan dat van elke menselijkheid is ontdaan, schreeuwt om verlossing. Wanneer Bonaventura voor een tandartsbehandeling in de wachtkamer van de tandarts de jonge weduwe Patricia tegenkomt, beginnen de gevangenismuren scheurtjes te vertonen. De vrouw is gefascineerd door de vreemdsoortige verschijning met blote voeten in sandalen midden in de winter. De broeder durft nauwelijks op te kijken, maar Patricia geeft niet op. Heel voorzichtig ontstaat er tegen de regels in een ontmoeting. En ineens komt er leven in deze verloren mens. Patricia vraagt hem naar zijn eigen naam. En voor het eerst sinds tijden noemt hij de naam waarmee hij bij zijn geboorte werd geroepen: Eldert Haman. 'Waarom blijf je in dat spookslot? Word eens wakker! Jij hoort daar niet!', zo spreekt zij op hem in. En de broeder komt met talloze bezwaren. Het gaat niet. Het kan niet. Het hoort niet. Maar Patricia houdt vol. En uiteindelijk, na een heel verhaal, staat het poortje open en verlaat Eldert zijn gevangenis. Met in zijn kielzog een hele groep gekwelde jongens.

De Patricia in dit verhaal van Brouwers laat mij iets zien van betekenis van Kerst. Zij spreekt met haar liefde het gesloten bestaan van deze mens open. En dat is volgens mij precies het geheim van het Kerstverhaal. In onze vaak gesloten en eendimensionale werkelijkheid wordt een kind gelegd. Een mensje waarin heel het bevrijdingsverhaal van de Bijbel zich samenbalt. Een mensje waarin een stem van buiten hoorbaar wordt die zegt: Jij bent mijn geliefde! Het is niet de bedoeling dat jij aan je lot wordt overgelaten. Of je het nu geloven kan of niet: jouw eenzaamheid is doorbroken. Je hebt een bondgenoot aan je zijde die jou in liefde noemt bij jouw zuiverste zelf. Die jou maakt tot wie jij ooit was bedoeld. Kerstfeest als het feest van de verslonden eenzaamheid. Adembenemend.

Ad van Nieuwpoort