Column Ad van Nieuwpoort januari 2016

Nico T. Bakker (1934 – 2015)
een persoonlijke herinnering


Daags na de begrafenis van Frans Breukelman (1916 – 1993) stond Nico Bakker op mijn voicemail. Met zijn welluidende en tegelijk kordate stem riep hij door het apparaat: ‘Ad, Frans is niet dood maar hij leeft! Bel me snel, want we moeten aan het werk!’. Dat was typisch Nico Bakker. Geen getalm en getreur maar recht op zijn doel af. 

Ik leerde hem in de eerste plaats kennen als predikant. Zelf ging ik nauwelijks meer naar de kerk. Het was me eigenlijk allemaal ontvallen. De alternatieven voor de meer orthodoxe gezindte vond ik maar zoetsappig met die waterige en vaak infantiele ‘naasteliefde-preekjes’ die ik zelf ook wel kon bedenken. Mijn goede vriend Wouter Klouwen nam me mee naar Groot Zuid. Daar preekte Nico Bakker tussen de cola-apparaten in de aula van een school. Mijn hemel, wat een ervaring! De liturgie raffelde hij wat af. Maar bij de Schriftlezing en de Preek met hoofdletters gebeurde iets dat ik nog nooit gehoord had. Contingente gelijktijdigheid. Misschien was dat het wel. Wat geschreven stond, gebeurde. In een directheid die ik daarna nooit meer ergens zo heb gehoord. Alles kwam samen. Schriftwoord met de cultuur, de tijdgeest, de politiek en ons eigen kwetsbare leven. Niet gekunsteld actueel. Maar evident en doordacht. Toen Nelson Mandela bevrijd werd, zag Nico daar direct de tijgersprong van het Goddelijk Woord in. Dat ging ons soms zelfs wat ver. Ik was verbaasd dat dit slechts in zo’n kleine kring als Groot Zuid gehoor vond. Maar er kwamen wel steeds meer juist ook ‘buitenkerkelijke’ studenten die geraakt werden door zijn preken. Gelukkig stemde Nico, na enige aarzeling, in om wat preken uit te geven in twee bundeltjes. Ze vonden gretig aftrek bij een groot publiek. 

Nico Bakker leerde me Karl Barth lezen, zoals Frans Breukelman mij de schriften had leren lezen. Niet met allemaal wetenschappelijke verhandelingen en voetnoten. Ook niet met eindeloze betogen over historische ontwikkelingen, maar eerder als een gestalte van het Woord zelf. Daar ging het immers Barth ook om. We hadden geen tijd te verliezen. Het kwam er bij Nico altijd geweldig op aan. Nu of nooit! Doe je mee of blijf je achter? Dat was soms wel heel pittig. Maar hoe heerlijk was het dan altijd weer om met hem nadien in de kroeg net dat biertje teveel te drinken en nog een shagje te roken. Om je dan ook altijd weer in gezamenlijkheid af te vragen of dit wel allemaal te geloven was. ‘Natuurlijk niet!’ antwoordde Nico dan. ‘Wat een hoogmoed dat te denken. Er is er maar één die het gelooft en dat is de Messias zelf. Hij doet wat wij niet kunnen.’ Bevrijd keerden we dan weer huiswaarts. Met stof tot nadenken voor een week. Nico hield van Jezus Christus. Dáár moest het over gaan. Simplex Cognitio Deï! Niet als stoplap voor de raadsels van het zinloze bestaan of als verlengstuk van onze ideologie maar als degene die ons steeds weer vreemd is vanwege zijn uniciteit maar die zich tegelijkertijd liefdevol aan ons toevertrouwt. Over dat Lam moest het gaan. Dat bokje dat alles op zijn rug neemt. Niet ooit, lang geleden, maar ook nu in het praesens en in de toekomst. Wat genoot hij als Barth daarvan getuigde in zijn verhaal over de koninklijke Mens. Of het nu was binnen de academie of in een eenvoudig leerhuis: Nico hield in feite hetzelfde verhaal. Bij hem geen onderscheid tussen kansel en katheder. In de Amsterdamse Thomaskerk genoten ze ervan. En waar niet? Hij bracht onder woorden waarnaar, zonder het te weten, eindeloos gezocht werd.

Zijn magnum opus was natuurlijk Geschiedenis in opspraak. Samen met Frans Breukelman had hij het uitgedacht. Het moest gaan over wat theologie en kerk telkens weer in een impasse brengt en waardoor ze niet verder komt dan de 19e eeuw: is het nu historisch of onhistorisch? Het moest gaan over wat Barth noemt: unhistorische Geschichte. Hij waagde het zoals maar weinig theologen durfden. Dat geheel eigen geschiedenisbegrip dat alleen te verstaan is in het kader van het Woord en de Daad van die vreemde Mensengod waar profeten en apostelen van getuigen. Wie kennis wil maken met het gedachtegoed van Nico Bakker doet er goed aan dit boek samen te lezen met zijn preken. 

Nico Bakker was een unieke verschijning in theologie en kerk. Hij weigerde mee te lopen met de heersende opinie en bleef altijd een kritisch tegenover. ‘Nee, niet eenzaam, maar zelfstandig’ zei hij dan. Hoezeer de ontwikkelingen in theologie en kerk hem ook aan het hart gingen, hij raakte nooit verbitterd maar bleef erop vertrouwen dat er een tijd komt waarin men weer zal terugkeren tot waar de Schriften van spreken. Ik leerde Nico kennen als een innemend mens met grote pastorale kwaliteiten. In mijn eerste gemeente in Amstelveen begreep hij als geen ander wat het predikantschap behelst. Hij wist van de zwaarte van het ambt. Na menig kerkenraadsvergadering kon ik voor een goed glas bij hem en zijn Hetty terecht. En dan hield hij me steeds voor dat er in deze absurde wereld toch eigenlijk niets mooiers is dan dát verhaal te mogen vertellen waarin ons verhaal en het verhaal van de wereld tot op het bot zijn begrepen en verlost.

Zijn gedachtenis zij tot zegen!

Ad van Nieuwpoort