Column Ad van Nieuwpoort maart 2016

Jona als bindmiddel

De veelkleurigheid binnen de Protestantse Kerk wordt nogal eens als een probleem gezien. Na de fusie moesten de neuzen natuurlijk vooral in één richting worden gezet. Uit angst voor polarisatie werden vaak fundamentele discussies zorgvuldig omzeild. In een bepaald opzicht natuurlijk wel begrijpelijk: we wilden immers samen verder. Maar daardoor is er misschien ook wel iets verloren gegaan. Erkenning van elkaars verschillen hoeft namelijk niet altijd te betekenen dat mensen verder van elkaar komen te staan, maar zou ook nog wel eens de aanleiding kunnen zijn om te zoeken naar mogelijkheden van nieuwe verbinding en een nieuw verstaan.

Ik mocht daar onlangs op een verrassende manier getuige van zijn. In een plaatselijke gemeente, ergens in den lande, was het initiatief genomen om met een tweetal heel verschillende groepen samen aan tafel te gaan. In de praktijk van het kerkelijke leven kwamen zij elkaar slechts tegen rondom een wat verkilde vergadertafel. De ene groep meer behorend tot wat men vroeger de ‘midden-orthodoxie’ en ‘vrijzinnigheid’ noemde, de andere groep uit de stevige kant van wat men nog steeds de Gereformeerde Bond noemt. Beide groepen met tal van beelden en misschien ook wel oordelen over en weer. Ze hadden mij gevraagd om twee avonden te leiden die in het teken zouden moeten staan van het ‘samen lezen van bijbelse teksten’. Hoe verschillend ook: we komen toch zondag aan zondag samen rondom dezelfde geopende Schrift, zo was de gedachte. Ik vond het meteen een prachtig initiatief. De eerste avond begon wel wat spanningsvol. Aan de ene kant van de tafel zat de ene groep en aan de andere kant de andere groep. In ons kennismakingsrondje werden de verschillen direct duidelijk. Op mijn vraag wat men met de bijbel had kwam uit de ene groep vooral veel verlegenheid boven, terwijl vanuit de andere groep de meer vanzelfsprekende overtuiging werd gearticuleerd.

We gingen lezen. Ik koos voor het boekje Jona in een betrouwbare nieuwe vertaling dicht bij de Hebreeuwse grondtekst. Uitgangspunt voor het gesprek was niet zozeer om onze eigen standpunten over ‘God’, ‘geloof’ of ‘religie’ uit wisselen, maar samen op zoek te gaan naar de betekenis van dit boekje voor ons nu deze avond. Maar voordat je aan die vraag toekomt zul je eerst goed moeten lezen. Vingertje bij de tekst en woordje voor woordje zoeken naar wat daar gezegd wil worden. Of Jona in een vis kan zitten wordt dan meteen een irrelevante vraag. Het gaat om de woorden en wat die woorden ons willen zeggen. Inhoud komt nu eenmaal in de bijbel niet zonder de vorm, zonder de wijze waarop het verhaal verteld wordt. We gingen met elkaar van verrassing tot verrassing. Het werd een spannende zoektocht. Wat ons verbond was de tekst vol met zijn rijke betekenisvolle aanwijzingen. We hadden deze avond allemaal het gevoel van onze plaats te komen doordat het boekje Jona ons in een kritische spiegel liet kijken van ons soms wat geharnaste geloof of juist van onze gestolde aarzeling. We kwamen er allemaal even een beetje los van en werden in een ander perspectief gezet. Waar maakt die Jona zich nu eigenlijk zo druk over? Waarom wil hij zich zo graag onderscheiden van Ninevé? Is het omdat hij zijn identiteit vooral bevestigd wil zien in het onderscheid met die ander? Wat aan het licht kwam is de onvrijheid van onze beelden en oordelen en vooral de vrijheid van die God die zo anders is dan de goden der religie. We werden er allemaal even heel vrolijk van. Onze gewichtige verlegenheid, onze ernstige religie en onze soms zo gesloten geloofsbeleving werd voor een moment opengebroken en in een bevrijdend perspectief geplaatst. En dat kwam doordat die derde gesprekspartner aan het woord kwam en ons van ons eilandje afhaalde. Ondanks onze veelkleurigheid was het Jona die ons aan elkaar verbond. Misschien zouden we dat eens wat vaker moeten doen: terug naar de bron om zo weer met elkaar in gesprek te kunnen komen.
Ad van Nieuwpoort