Gedachtenis Karel Deurloo, 7 juni 2019, Thomaskerk Amsterdam

Gedachtenis Karel Deurloo, 7 juni 2019, Thomaskerk Amsterdam
Bij Genesis 41 en 45
Overdenking door Ad van Nieuwpoort

Karel speelde de rol die hij moest spelen in zijn leven met verve. Zo vatte Janneke van de week ons gesprek treffend samen. Toen we nog even een rondje deden met een poging in één woord aan te geven wat hij voor jullie heeft betekend, zeiden jullie precies wat hij voor jullie was: voor Janneke en Hermine: vader, voor Jettie: lief vriendje, voor Adriaan: grote broer en voor Geertjan: schoonvader. Dat typeert Karel misschien nog wel het meest. Hij deed wie hij was met verve. Zo was hij ook leraar, uitlegger, predikant, theoloog, muzikant, tuinier en kok. Wat hij deed dat deed hij met heel zijn nefesh, met alles wat in hem was.
En daarom vandaag het verhaal van Jozef. Het verhaal waar Karel ook zo mee in de weer is geweest. Het pionierswerk met Genesis was dan wel grotendeels door Breukelman verkend, zei Karel altijd, maar Jozef is toch eigenlijk wel een beetje mijn verhaal. Niet lang voor zijn stilzwijgen werd in Utrecht nog de musical uitgevoerd. Jozef, die ene te midden van zijn broeders, die het voortouw neemt. Die op alle plaatsen waar hij is, doet wat hij moet doen. Als er nu iemand zijn rol verstaat, is het Jozef wel. Het is te zien aan het koningsmanteltje dat hij draagt. Het manteltje dat hem koningsdromen doet dromen. En het opmerkelijke van heel dit ‘antieke romannetje’ zoals Karel het noemde, is dat alles wat hij doet gelukt. Waar Jozef ook maar is, daar leeft iedereen op. Of dat nu is bij Potifar bij wie hij als slaaf moet werken, in de gevangenisput of groots in het land van benauwdheid: Jozef maakt het verschil. Hij was een man die overal in slaagde, zo staat te lezen. Omdat JHWH met hem was. Jozef verstaat zijn rol als geen ander. Zijn grote dromen maken hem tot uitlegger. De beste die er te vinden is in het land.
Zijn leraar Nederlands deed Karel dromen dromen en zoveel meer mensen die een beslissende betekenis voor hem hadden. Frans Breukelman, Miskotte, Beek. Noem ze maar op. Karel eerde hen in heel zijn werk tot op het laatst toe. Met de dromen die hij kreeg te dromen werd hij zelf ook een uitlegger in de ware zin van het woord. En dan niet alleen voor zichzelf met aardige academische vondstjes in voetnoten die niemand verder kan lezen, maar voor iedereen die het maar horen wilde. Uitlegger was hij niet ten bate van zijn eigen roem maar om iedereen die het maar wilde horen in aanraking te brengen met de grote verrassing van de NAAM. Daar was het Karel om te doen. ‘Hoor nu toch eens even! Kijk nou toch eens even wat er staat!’ Uitlegger ten bate van de broeder- en zusterschap. Meteen al in de jaren zestig samen met Nico Bouhuijs voor een groot publiek. Niet binnenskamers houden maar ermee naar buiten komen. De kerk moest wakker worden geschud uit haar gelovigheid en moest aan de bak. Christendommelijk stof moest van de oude teksten worden afgeblazen om te ontdekken wat het hart is van haar existentie. En niet alleen in de kerk, maar ten dienste van de samenleving, zoals hij altijd plechtig zei. Daarom ook al die bondgenootschappen met kunstenaars, schrijvers en musici.
Jozef werd geroepen uit de put. Want in die put hadden ze wel begrepen dat hij de uitlegger was die iets met Egypte kon doen wat niemand kon. En daar stond hij dan. In het paleis van de koning te luisteren naar die evidente dromen die niemand durfde uit te leggen omdat het politiek gevoelig lag. Maar wat aan al die religieuze babbelaars in Egypte ontbreekt heeft Jozef wel: lef. Durf, moed. Hij doet wat moet gedaan. Hij zegt wat moet gezegd. Of ze het nu leuk vinden of niet. Niet wegkijken maar doen. En Jozef legt meteen de vinger op de zwakke plek. Na zeven jaren van overvloed zullen er zeven jaren van honger komen. En dan is heel die overvloed vergeten en zal de honger het land verteren.

Zeven jaren van overvloed. Wat hebben jullie er niet van genoten. Die vader die, totdat jullie het echt niet meer wilden, jullie eindeloos voorlas, urenlang. Die kostelijke avonden op de tuin, in Frankrijk, in Argentinië. Waar ook maar. Er werd een feest van gemaakt. En wat vooral van belang was dat je deed wat wilde. Dat je deed wat bij je paste. Niet omdat het moest of omdat je vond dat het moest maar omdat het paste bij je nefesh, bij heel je wezen. En wat hebben wij er niet van kunnen genieten van die zeven vette jaren. Karel helemaal in zijn element aan de Herengracht. Koffiekamers vol mensen overal vandaan. Duitsland, Roemenië, Tjechië. Van jongens van de gereformeerde bond tot aan communistische homo’s. Allemaal waren ze welkom. Als ze maar mee wilden lezen. Als ze maar wilden respecteren wat geschreven stond. Kansel en Katheder gingen in elkaar over. Preekteams vol hongerige dominees vulden de faculteitskamer. De Amstelkerk met zijn liedjes, kinderpreken en gebeden. En wat een plezier met die gouden drie-eenheid die elkaar vasthield en aanvulde. Karel samen met Nico Bakker en Rochus Zuurmond. En het was alsof Karel diep in zijn hart voorvoelde dat er haast bij was. Want alles gebeurde in een enorm tempo. Alsof hij voorvoelde dat er ook nog weleens andere tijden zouden kunnen aanbreken. Jozef laat het niet zitten bij zijn uitleg. Jozef komt meteen met een plan. Er moet iets gebeuren, er moet iets georganiseerd voor die andere jaren die gaan komen. Er moeten voorraadschuren worden gebouwd. Amsterdamse Cahiers, liefst vertaald in het Engels. ‘Om het levende Woord’ moest nieuw leven ingeblazen krijgen. Stichtingen moesten worden opgericht. Werkgezelschappen. LOS heropgericht. Karel was een van de weinige theologen met ondernemersbloed. Net als Jozef. Hij zat studenten achter hun broek aan: niet talmen met die studie: opschieten. Schrijven, begin maar vast! Die voetnoten komen wel later. Hoeveel mensen heeft Karel niet in beweging gezet? We merken het deze dagen. Ver over landsgrenzen heen.
En dat allemaal niet om zichzelf groot te maken, maar in het volle vertrouwen dat als de Schriftwoorden gaan spreken dat er dan iets verandert. Dat dan mensen weer mensen worden. Dat dan uittocht uit benauwdheid in beeld komt. Uittocht uit angst, uit vernedering. Dat er dan dromen worden gedroomd over een andere wereld. En dat er dan dus ook wat gebeurt. Zeven vette jaren. En Jettie maar tikken, samen met Janneke. Al die boeken en boekjes. Vaak ook in goede broederschap met anderen samen geschreven. Eindeloos veel. Meer dan honderdduizend zijn er verkocht. In elke domineesboekenkast zijn ze te vinden en zetten aan om met het vingertje bij de tekst te beginnen. En daarmee werden niet alleen dominees bediend, maar ook zovele gemeenten in het land. Die ineens op de kansel hoorden wat ze nooit eerder hadden gehoord. Zeven vette jaren. Te veel om op te noemen. En het ging soms ook met heel wat spanningen gepaard. Want heilige huisjes moesten er soms echt aan geloven. Er was weerstand in kerk en universiteit. Want dat kon toch zo allemaal maar niet. Al die buitenkerkelijke studenten die ineens dominee werden. Die vragen durfden te stellen die in geen kerkmens zouden zijn opgekomen. Lastig die Amsterdammers. En sommigen vonden het hoogmoedig allemaal. Hoezo de tekst mag het zeggen? Het zal wel weer Karl Barth zijn. Jullie hebben die spanningen thuis ook wel gevoeld. Maar het hield Karel niet tegen.

Na die vette jaren kwamen er ook magere. Ineens stond heel dat Delenus-instituut op de helling. Ik zal er maar verder geen woorden aan wijden. Maar de echte hongersnood trad aan in de vorm van die verprutste bijbel. Waarin alles wat decennialang met zoveel plezier was ontdekt en herontdekt in Tenach en Evangelie de nek om werd gedraaid. Ineens draaiden allemaal vriendjes hun hoofd om en lieten Karel stikken. En de PKN aanvaardde zonder blikken of blozen een bijbelvertaling die alle christendommelijkheden weer uit de kast had gehaald. Het hield hem niet tegen om in vol verzet te gaan. Een verzet dat in elk geval er wel voor zorgde dat de presentatie niet zonder bijgeluiden plaatsvond.
En gelukkig weerhield het hem niet door te gaan met die laatste serie kleine bijbelse theologie die volgens mij echt nog ontdekt moet worden. De Engelse vertaling gaat nu ook echt verschijnen.
Magere jaren werden het helemaal toen ineens na een inspirerende middag in het Bijbels Museum Karel met stomheid werd geslagen. Een dienaar van het woord in de ballingschap van het woord, zoals Adriaan zo treffend zei. Niet te doen. En jullie dachten van alles. Wat nu? Onmogelijk. Die stem ineens weg. Die karakteristieke stem die we deze dagen weer veelvuldig horen in gedenkwaardige fragmenten. Niet meer in de studeerkamer. Niet meer zoveel. Maar toen er een neuroloog met de voorbarige conclusie kwam dat zijn leven niet meer dan dat van een plant zou zijn, kwamen jullie in opstand. Precies in de geest van Karel dachten jullie: wij gaan het tegendeel bewijzen. En hoe! Ongelofelijk hoe jullie om hem heen hebben gestaan in deze magere jaren. Ondanks alles toch van alles kunnen doen. Op de fiets op Texel en toch nog naar Frankrijk. En dan die muziek die hem droeg. Heel systematisch wist hij precies wat hij wilde horen. Nu was hij niet meer degene die voorlas, maar waren het anderen. Jullie en zoveel anderen die boeken en van alles aan hem voorlazen. Je merkte meteen als hij het ergens niet mee eens was. Dan kon je beter ophouden. Of wel en dan kwamen er tranen en werd er hevig geknikt. Wat heeft dat veel voor hem betekend.
Magere jaren. Misschien ook wel deze dagen in kerk en samenleving. Visioen soms ver te zoeken. Profetenstemmen verstomd. Maar laten we die voorraadschuren niet vergeten te zoeken. Ze staan er op allerlei plaatsen. Schuren vol met door Karel bereide maggieblokjes waar we nog decennialang soep van kunnen koken. Dat wat hij met zoveel energie bij elkaar gesprokkeld heeft, ligt allemaal klaar om gegeten te worden. Brood voor velen.
Jozef zegt het tegen zijn broeders: ‘voor een groots ontkomen is het voor jullie’. En daarmee wijst hij vooruit op de grote uittocht die ophanden is. De uittocht op weg naar een nieuwe wereld waarin er brood en wijn genoeg is voor wie maar wil. Laten we daarom niet talmen, maar helemaal in de geest van Karel onze rol pakken en doen wat moet worden gedaan.

Het verhaal van Jozef eindigt niet voor niets met zijn kist. Waarvan Karel zegt: ‘Als een eenzaam teken staat Jozefs kist daar in de laatste zin te wachten, als een teken van broederlijkheid dat naar Gods toekomst wijst. De grote bevrijding, de exodus komt. De schepping van hemel en aarde loopt uit op deze kist, als monument van de verwachting van Israël.’ En van ons allen.
Amen