Het grote grondtalendebat

Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam 6 november 2019

Waarom in hemelsnaam moet een predikant Hebreeuws en Grieks kennen? Daarover organiseerden wij op 6 november 2019 een debat aan de PThU Amsterdam. Predikanten Jan Offringa (van het netwerk Liberaal Christendom) en Ad van Nieuwpoort (De Nieuwe Bijbelschool) gingen daarover in gesprek, samen met Barbara de Groot (predikant in Velsen) en Mart Jan Luteyn (student aan de PThU). Een volle zaal, een goed gesprek. Hieronder vindt u de korte toespraken van Jan Offringa en Ad van Nieuwpoort, uitgesproken als aftrap voor het gesprek op 6 november 2019 aan de PThU te Amsterdam

Moet een/elke predikant Hebreeuws en Grieks kunnen lezen?
Pitch in 5 punten van Jan Offringa

I
In mijn woonplaats Veenendaal is niet de eerste vraag: kent een predikant de oude talen? Sinds Kees Kraayenoord daar furore maakt als Kees Praise, is de vraag: kan een predikant zingen en tegelijk gitaar spelen? Iets serieuzer: moet een predikant als liturg noten kunnen lezen? Kan het zo zijn dat je prima Grieks en Hebreeuws kent, maar niet de taal van de muziek spreekt? Dat je geen benul hebt van kerkmuziek of een Evensong, en bij de voorbereiding van een uitvaart niets weet van klassiek of pop. Op het preekfestival gaf Hanna Rijken ons mee, met een uitspraak toegeschreven aan Augustinus: Muziek en poëzie zijn de twee vleugels waarmee de ziel opstijgt naar God. Waarschijnlijk worden liederen en muziek in de eredienst zwaar onderschat, en het belang van de preek zwaar overschat.
Wat ik bedoel: we hebben het vandaag niet sec over de noodzaak van de oude talen maar breder over de vraag naar het curriculum van de theologie. Van de katholieken weten we dat daarin een goede filosofische bodem niet mag ontbreken – gewoon helder en zuiver leren denken en spreken. Een adequate muzikale vorming voeg ik daar graag aan toe. En ook een grondige verdieping in leiderschap (breder dan: geestelijke leiding), in organisatie en samenwerking. Hoe werkt het in een vrijwilligersclub als de kerk waarin het steeds vaker ontbreekt aan menskracht en denkkracht? Daarop gaat menig predikant nat.

II
Om rond ons thema van vandaag sommigen enigszins gerust te stellen: in mijn optiek is kennis van de grondtalen voor de predikant zeker een voordeel. Het is echter niet strikt noodzakelijk. Want je komt ook een heel eind met ‘close reading’, zeker als je dan twee andersoortige vertalingen gebruikt. De één dynamisch-equivalent, zoals de NBV uit 2004: brontekstgetrouw & doeltaalgericht. Knap gedaan, al hebben we allemaal wel iets te zeuren! De ander concordant-ideolect zoals de Naardense Bijbel, ook uit 2004: een fraaie vertaling, bijzonder ook door zijn presens historicum. Wel houterig en krom Nederlands, en daarmee ongeschikt voor de eredienst. Pak verder eens een buitenlandse vertaling en zorg dat je per bijbelboek één of twee 2 goede commentaren hebt, en je komt een heel eind. Soms ontgaat je een finesse, maar dat gebeurt ook als je teksten in de grondtaal leest. Vertalen heeft altijd iets van verraden, dat geldt ook voor je eigen vertaling, welke methode je ook kiest.
Mijn grove inschatting: iemand die in de grondtaal leest zal voor 3/4 een tekst doorgronden. Iemand die het via close reading doet, komt uit rond 2/3 . In cijfers uitgedrukt: een 7½ tegen een zeven-min. Voor mij is dat acceptabel. Waar zelfvertalende predikanten een zeven scoren, sommigen misschien een acht, zitten de NBV en Oussoren op een negen.
Even tussendoor: Net als Matteüs citeert iemand als Paulus in zijn brieven volop uit de Septuaginta, en dat nogal vrij en slordig. Deze Griekse vertaling van het Oude Testament is de Bijbel van de eerste christenen. Ik bedoel maar: er is niets mis met een goede vertaling - je kunt er groot mee worden!
Mijn wens is dat we in de kerk bewaard blijven voor de pretenties van betweterige voorgangers die beweren: ‘gemeente, eigenlijk staat er dit en dat betekent eigenlijk dat.’ Wees zo eerlijk andere opties inderdaad aan te bieden als opties, zonder een professionele vertaling als die van de NBV verdacht te maken. Het voedt enkel gevoelens van boze burgers en complotdenkers dat je warempel zelfs in de kerk nog bedonderd wordt. En ondertussen trek je zelf een veel te grote broek aan. Jij weet het beter, jij leest de Schrift als nieuw...

III
Achter het vurige pleidooi voor de grondtalen proef ik een theologie die niet de mijne is en hopelijk ook niet van de PThU. Die doet alsof God zich alleen via de Bijbel laat kennen. Buiten de Schrift zouden we in een lege, godloze wereld leven waarin God vooral pijnlijk afwezig is. Deze vaak Barthiaans georiënteerde theologie miskent Gods werking in het nu, bijvoorbeeld in een heelheids- of contrastervaring, in het geweten of gezonde verstand, in de stilte of de natuur, in creativiteit of een ontmoeting met de ander. En in voortschrijdend inzicht, door de Geest geïnspireerd. Sluit God niet op in het verleden, in oude teksten, alsof alleen daarin de Geest is gestold! God is ook buiten de Bijbel te vinden, vandaag en morgen, godzijdank.
Daar komt bij: protestanten durven de Bijbel nauwelijks ter discussie te stellen en houden krampachtig een ‘sola scriptura’ in de lucht. Dat doet geen recht aan de meerstemmigheid en veelkleurigheid waarmee in Bijbel over God, de mens en het leven wordt gesproken. Evenmin aan de weerbarstigheid en tijdgebondenheid van teksten. Helaas, de Bijbel is niet perfect, kent geen eenduidige boodschap en heeft niet zomaar het laatste woord (lees iemand als Walter Brueggemann). Wel bevat de Bijbel een doorgaand gesprek over God en het is daarmee een inspirerende gespreksgenoot die naast instemming ook tegenspraak kan oproepen. Dit is helder uitgewerkt in boek Liberaal Christendom. Tegenspraak bieden was dan ook een van de opties die we als website www.liberaalchristendom.nl aanboden bij de recente preekschrijfwedstrijd over ‘lastige bijbelteksten’. Vergeet niet dat veel mensen juist afgeknapt zijn op die weerbarstigheid van Bijbel, los van de vertaling die ze lazen of te horen kregen. Het protestantisme is hard toe aan een geactualiseerde visie op de Schrift!

IV
Predikanten lezen m.i. niet alleen de Bijbel maar lezen op drie fronten tegelijk. (1) Om te beginnen bestuderen we inderdaad oude teksten uit de Bijbel en de christelijke traditie. Daarbij hebben we ook belangstelling voor de rijkdom van andere culturen en religies. (2) Tegelijk proberen we de hedendaagse cultuur te lezen, en te doorgronden wat daarin zoal speelt. We verdiepen ons in de wereld van wetenschap en techniek, van literatuur, theater, film en muziek, en ook in die van de politiek, de gezondheidszorg en de financiële stromen. (3) Als derde proberen we aandachtig de menselijke ziel te lezen. Wat maken mensen mee in deze wereld, wat doet dat met hen? Waar zit hun geluk en ongeluk, wat biedt troost , zin, inzicht en inspiratie? Een preek krijgt inhoud en diepgang als een predikant zich evenredig in die drie dingen verdiept en die met elkaar in gesprek brengt en bruggen weet te slaan. Daarom mijn advies, mede met het oog op de beperkte tijd die een predikant heeft: stop niet al je tijd in het vertalen, maar lees ook kranten en boeken en ga naar de bioscoop!

V
Dat brengt me ten slotte nog even bij de afdeling misverstanden en illusies. Wie meent zelf te moeten vertalen of zoiets als de oorspronkelijke bedoeling van een schrijver te kunnen achterhalen, jaagt een illusie na. Een andere – hermeneutische – illusie is te denken dat jij de enige bent die niet interpreteert. Helaas, een tekst legt zichzelf niet uit en zegt niets zonder lezer. Niemand leest zonder te interpreteren, en daarmee is elke interpretatie subjectief, zowel persoonlijk alsook gekleurd, beperkte, vooringenomen. Evenmin is er één beslissende lezing van een tekst voor alle tijden en plaatsen. Een tekst heeft geen gefixeerde en daarmee stabiele betekenis. Lees hiervoor de dubbeldikke bijbelse hermeneutiek van Arie Zwiep (Tussen tekst en lezer), of anders het compactere verhaal van Wouter Slob in het boek Liberaal Christendom
Tot slot, in het verlengde hiervan: het gaat er niet om precies te achterhalen wat men in bijbelse tijden geloofde. Het gaat om een goed gesprek met de Bijbel om in die dialoog te ontdekken wat vandaag de dag voor ons geloofwaardig, troostend en inspirerend is. Het gaat om de zeggingskracht van de Bijbel in het heden. Alleen met zo’n actuele boodschap heeft de kerk en ook de preek toekomst.

(Jan Offringa studeerde theologie aan de Vrije Universiteit, is predikant te Wijk bij Duurstede en tevens hoofdredacteur van www.liberaalchristendom.nl)

Over het predikantschap en de grondtalen
Ad van Nieuwpoort

Jongeren dienen het Hebreeuws en Grieks machtig te zijn. Zo kan men de Bijbel lezen vanuit de oorspronkelijke tekst. Natuurlijk is het de Geest die de Schrift uitlegt maar de Geest werkt niet zonder de taal. De grondtaal is de mand waarin de Geest het Brood van het leven legt en aanbiedt.

Dit zijn de memorabele woorden van Maarten Luther in zijn brief aan alle raadsheren van alle steden in het Duitse land in 1524. Luther wijt het verval van de kerk aan het feit dat men de grondtalen niet meer kende. Men nam de kanttekeningen en commentaren van de oude kerkvaders over zonder de Schrift zelf te onderzoeken. Dat was de zwakte van de kerk. Ook de oude kerkvaders hadden het nogal eens mis daar zij de grondtekst niet kenden. Zij hebben als blinden naar de wand getast.

Luther stelt daarom dat, als men de plasregen van de reformatie wil vasthouden, men de jongeren zal moeten opleiden in de klassieke talen. Natuurlijk kan een eenvoudige predikant ook het Woord tot zegen bedienen maar om de ketterij te weren (en bij theologische discussies) is het kennen van de grondtaal van cruciaal belang. Bovendien is de verkondiging, als men de grondtaal beheerst, veel rijker en frisser. Men heeft dan meer te bieden en zo wil de Geest ook werken. De Geest bedient zich van de gevarieerde rijkdom van het geschreven Woord.

Het is dan ook niet voor niets dat onlangs de preekwedstrijd over lastige teksten uit de Bijbel gewonnen werd door Piet van Veldhuizen. Die een preek schreef over de tekst uit Psalm 139 waar de NBV vertaalt: ‘God, breng de zondaars om, (...) ik haat ze zo fel als ik haten kan’. Als je zo aan komt lezen, zou je meteen de bijbel dichtklappen. Zie je wel: daar komt dus al die religieuze agressie vandaan! Maar als je er even voor gaat zitten, zoals Piet doet, en goed de woorden spelt die in het Hebreeuws staan, dan kom je er al snel achter dat die ‘rasha’ waarover het gaat, niet zozeer betekent: zondaars of goddelozen of ongelovigen, maar ploerten, schurken, zij die het recht vertrappen. Kijk, en als je dat leest dan kan je ineens preken over zo’n tekst. Dan gaat er iets open waar ook de gemeente van opleeft. Wie herkent die haat niet tegen mensen die andere mensen kapot maken. En hoe goed is het je hierover op te winden....

Het unique selling point van de kerk is haar bijbel. En juist in een tijd waarin velen snakken naar een verhaal, omdat we zo langzamerhand met elkaar het collectieve geheugen geheel aan het verliezen zijn, zal die bijbel een steeds belangrijker rol weer moeten gaan spelen. En hoe belangrijk is het dan dat predikanten toegang hebben tot de bron. Juist ook om die bijbel opnieuw te kunnen lezen. In vertalingen en met name de NBV zijn veel keuzes gemaakt op grond van een dogmatische en historiserende lezing van de teksten. En als je nu dat ‘christendommelijke stof’ ervan af wilt blazen, zal je als dienaar van het woord gedwongen moeten worden terug te gaan naar het Hebreeuwse Gebinte. Dat Joodse boek kenmerkt zich immers in de eenheid van vorm en inhoud. De wijze waarop iets wordt gezegd, zegt alles over wat er wordt gezegd. Je hebt die taal, die eigen taal nodig. En als je als dienaar van het woord het niet kunt opbrengen om dat getuigenis aangaande het woord zelf te lezen, hoe groot is je liefde dan voor dat woord? Als ik iemand echt liefheb, dan wil ik hem of haar toch leren kennen...?

Daarom zegt Michael Kruger (hoogleraar NT in North Carolina) ook elk jaar tegen zijn studenten: ‘If pastors recover their calling as ministers of the Word, then keeping up with the biblical languages should be a more natural part of their weekly activity.’

Ik was gisteren nog even blijven nazitten met mijn rotaryclubje in Bloemendaal. Ik zat met een muzikant, een accountant, een classicus en een natuurkundige... Ik vertelde over dit debat. De reacties: Hoe kun je nou muziekleraar zijn zonder noten te lezen? Hoe kun je nou accountant zijn zonder te kunnen rekenen? En hoe kun je iets van Homerus snappen als je hem niet in het Grieks kan lezen... Allemaal geheel buitenkerkelijk, maar van een dominee verwachten ze toch echt wel dat die zijn vak bijhoudt en weet wat hij doet...

(Ad van Nieuwpoort is predikant in Bloemendaal/Overveen en voorzitter van de stichting de Nieuwe Bijbelschool)

20191106 DSC 0023

20191106 DSC 0026

20191106 DSC 0028